hoofdstuk 4 - hoe Doddeltje de zorg voor heer Bommel overneemt van Tom Poes:

Heer Bommel en Doddeltje samen; exit Tom Poes


hoofdstuk 4
hoe Doddeltje de zorg voor heer Bommel overneemt van Tom Poes

De kennismaking met Doddeltje; Hoe ziet Doddeltje heer Bommel; Doddeltje als probleemveroorzaker; Doddeltje versus Tom Poes; Heer Bommel en Doddeltje samen - Tom Poes verdrongen

De kennismaking met Doddeltje
De personen die een vertrouwensrelatie met heer Bommel hebben, zijn de verteller, Joost, Tom Poes en Doddeltje.
      Zij - en enkele incidentele verhaalfiguren die eenmalig optreden, zoals bijvoorbeeld de trullenhoedster - zijn ook de enigen die heer Bommel op een of andere wijze bij zijn voornaam aanspreken.
      Dat de verteller zo vertrouwelijk met zijn hoofdpersonen omgaat, lijkt me vanzelfsprekend. En dat Joost zijn meester bij de voornaam aanspreekt, is gebruikelijk voor huispersoneel: de butler noemt de personen voor wie hij werkt bij de voornaam met de aanspreektitel meneer, mevrouw, juffrouw , enzovoort ervoor. Als hij in plaats van de voornaam de achternaam zou gebruiken, zou dat voor veel verwarring zorgen, daaar dan (in de meeste huizen tenminste) verschillende personen met dezelfde naam zouden worden aangesproken. Tom Poes houdt correct afstand; er is standsverschil en leeftijdsverschil: hij zegt heer Ollie.
      Doddeltje is de enige die het heer achterwege laat. Omdat ze op voet van gelijkheid met heer Bommel verkeert en bovendien omdat ze intiemer met hem is dan enig ander.

Bij het begrip 'gezelschap' denkt heer Bommel niet aan Tom Poes, Tom Poes lost heer Bommels eenzaamheid niet op. Dat zien we bijvoorbeeld als heer Bommel in het verhaal Heer Bommel en de tuttelwurm uitleg geeft aan de tuttelwurm die zijn lot bestiert:

'Je moet weten dat ik een eenzaam heer ben - en dat is een zwaar lot, wanneer men er alleen voor staat. Wat ik eigenlijk zoek is gezelschap, dat zou alles veel makkelijker maken. Het is ook gezelliger, als je begrijpt, wat ik bedoel.'
(BV125: Heer Bommel en de tuttelwurm, p.150. In: Praw! Der hemeldonderweder. Eerste druk. Amsterdam, 1972.)

Als heer Bommel zegt, dat hij door niemand wordt begrepen, heeft hij gelijk; zelfs Tom Poes begrijpt hem vaak niet, om over andere personages maar te zwijgen. Maar gelukkig verschijnt Doddeltje, zijn nieuwe buurvrouw, in zijn leven.
      Heer Bommel heeft haar al enige malen over de haag heen gadegeslagen, maar tot dusver nog niet de moed gehad haar aan te spreken. Bij hun eerste ontmoeting, staan heer Bommel en Tom Poes druipend aan de kant van een sloot. Heer Bommel begint op te scheppen over hoe hij Tom Poes uit de sloot heeft gered, maar deze verknoeit heer Bommels heldhaftige 'opkomst' door te vertellen dat de schilder Terpen Tijn hen beide in de sloot heeft geworpen. Doddeltje kiest onmiddelijk voor heer Bommel en distantieert zich van Tom Poes door te stellen dat deze wel voor zichzelf kan zorgen:

'Ach, wat erg!' riep de buurvrouw uit. 'Wat lelijk van die man! Je vriend had wel kunnen verdrinken!'
'Dat nu niet,' zei Tom Poes. 'Het water is niet diep en ...'
'Nu, jij dan misschien niet,' zei het vrouwtje. 'Jij bent een flinke jongen en je kunt jezelf wel helpen. Maar je vriend is er lelijk aan toe, dat zie ik zo! Kom maar gauw mee, arme stakker!'
Heer Bommel keek haar getroffen aan. Hij liet zijn fiere houding varen en er verscheen een lijdende trek op zijn gelaat.
'Eindelijk!' mompelde hij met een zucht. 'Eindelijk iemand, die mij begrijpt. Ach, als u eens wist hoe goed het mij doet een gevoelige ziel te ontmoeten. Men is soms héél eenzaam, als heer zijnde.'
(BV82: Tom Poes en de kiekvogel, p.20. In: Ach mallerd. Eerste druk. Amsterdam, maart 1979.)

Doddeltje besteedt totaal geen aandacht aan heer Bommels aanvankelijke snoeverij, maar begint hem dadelijk moederlijk te verzorgen. Eíndelijk voelt heer Bommel zich begrepen!
      Doddeltje merkt bovendien op, dat Tom Poes zichzelf wel kan helpen, en zet hem in figuurlijke zin direct aan de kant. Maar heer Bommel kan zichzelf volgens haar níet helpen. Ze ziet de situatie dus direct haarscherp. We hoeven dan ook niet bang te zijn, dat na hun huwelijk, heer Bommel door de mand valt en als snoever te kijk zal staan; deze 'Bommelse' eigenschap kent Doddeltje al vanaf hun eerste ontmoeting, maar ze kijkt daar blijkbaar anders tegenaan dan anderen. Heer Bommel laat zijn heldhaftige houding dan ook meteen varen; hij onderkent Doddeltjes verzorgende instelling, haar maternalistische gevoelens, en speelt daar op in. 'Eindelijk iemand die mij begrijpt.' En dat meent hij, want Tom Poes begrijpt hem niet. Tom Poes begrijpt misschien zichzelf niet eens! Tom Poes is dienstbaar aan heer Bommel, maar nooit op die manier, dat hij diens wensen en verlangens vervult. Hij haalt hem uit de moeilijkheden, dat is alles. Zonder daarvoor een dankjewel te verwachten, maar ook zonder de moederlijke warmte die Doddeltje typeert, een warmte die heer Bommel zéér waardeert. Door Joost wordt hij weliswaar ook verzorgd, maar dat is een vanzelfsprekendheid: Joost laat zich voor zijn diensten betalen. Doddeltje heeft hem echter úitverkoren en dat is heel wat anders! Hij noemt haar dan ook een 'gevoelige ziel', iets wat Tom Poes (of Joost) niet is.
      De kaarten zijn dus al meteen geschud, bij de eerste ontmoeting: heer Bommel laat zich kennen als een eenzaam en gevoelig heer, Tom Poes is nogal emotieloos en Doddeltje neemt al direct heer Bommels verzorging op zich, Tom Poes daarbij achteloos passerend.
      Korte tijd na deze ontmoeting, als heer Bommel en Tom Poes met Doddeltje mee naar huis zijn gegaan om te drogen, krijgen we een goed beeld van hoe de zaken er in de toekomst voor zullen staan: Tom Poes probeert heer Bommel weer mee te krijgen, maar deze heeft het veel te veel naar zijn zin in Doddeltjes gezelschap. Eigenlijk is Tom Poes teveel, de storende factor: heer Bommel heeft behoefte aan liefderijke verzorging, iets wat Tom Poes hem niet kan geven. Als Tom Poes heer Bommel erop wijst hoe laat het al is, zegt deze kortaf: 'Wel, ga dan'. En Tom Poes vertrekt! Op de plaatjes is deze vooraankondiging van het uiteenvallen van het duo heer Bommel en Tom Poes door heer Bommels keuze voor Doddeltje goed weergegeven: we zien heer Bommel en Doddeltje gezellig aan tafel zitten, achteer de zuurkool met worst, en door het raam zien we Tom Poes weglopen, een nijdige blik naar binnen werpend; Tom Poes kent dus toch emoties!
      Aan deze plaatjes kunnen we bovendien zien, dat Doddeltje dezelfde gestalte heeft als Tom Poes. Later zal ook haar gezicht steeds meer dat van Tom Poes worden. Adriaan van Dis merkte op:

'Het is mogelijk dat zij zich in elkaar vermengden.'
(Adriaan van Dis, Afscheid van Bommel. In: Vrij Nederland, 03-05-1986.)

Hoe ziet Doddeltje heer Bommel?
De tovenaar Hocus Pas schept voor ons een mooie gelegenheid om daar achter te komen als hij met zijn toverkunsten Doddeltje haar herinneringen aan heer Bommel ontneemt. Als ze heer Bommel daarna ontmoet, lijkt het voor haar een nieuwe kennismaking. In eerste instantie vindt ze hem opdringerig - hetgeen begrijpelijk is, want heer Bommel kent háár wel en spreekt haar dus zonder formele omwegen aan. Maar gaandeweg herziet Doddeltje haar mening.

'Jammer,dat hij geen heer is,' dacht ze. 'Eigenlijk heeft hij een mooi gezicht. En hij heeft zo'n flink postuur!'
(BV154: Tom Poes en het vergeetboekje, p.152. In: Daar zit iets achter. Eerste druk. Amsterdam, 1980.)

Doddeltje is dus níet in de eerste plaats op heer Bommels geld uit. Alhoewel het haar nu ook weer niet onberoerd laat, dat zien we als heer Bommel met een vette cheque in zijn handen staat:

'Wat een geld,' hoorden ze hem mompelen. 'Ik wist niet, dat ik het in me had...'
'Ik wel hoor!' riep juffrouw Doddel uit, en ze vloog hem om de hals, [...].
(BV174: Heer Bommel en de zelfkant, p.109. In: Soms verstout ik mij. Eerste druk. Amsterdam, 1985.)

Doddeltje als probleemveroorzaakster
Doddeltje vertroetelt heer Bommel graag, maar toch zet ze hem ook aan tot heldhaftige daden; de ene keer impliciet, doordat heer Bommel denkt haar met grote daden voor zich te kunnen winnen (want doet zich in haar gezelschap graag heldhaftiger voorkomen dan hij zich in werkelijkheid voelt), de andere keer expliciet, dan vraagt ze hem bijvoorbeeld om hulp. Maar hoe dan ook, heer Bommel laat Doddeltje graag zien wat hij waard is.
      In tegenstelling tot Tom Poes, zorgt Doddeltje dus voor avontuur. (Hoe dat gaat als heer Bommel en Doddeltje getrouwd zijn, zullen we helaas nooit weten.)

'Je kunt eigenlijk alles,' zei juffrouw Doddel. 'Maar lang niet iedereen weet dat.'
(BV142: Heer Bommel en de Krookfilm, p.10. In: Wat ben je toch knap. Eerste druk. Amsterdam, 1987.)

Doddeltje versus Tom Poes
Doddeltje praat tegen Tom Poes over haar Ollie als heer Ollie; alsof ze het tegen het personeel heeft! Hiermee duwt ze Tom Poes wel érg hard opzij! Duidelijk is, dat als Doddeltje haar plaats naast heer Bommel heeft ingenomen, er voor Tom Poes geen ruimte meer zal zijn.

'Schei toch uit met zeuren,' zei ze. 'Begrijp je dan niet, dat het alleen maar heer Ollies bescheidenheid is?'
(BV156: Heer Bommel en de grijze kunsten, p.27. In: Een enkel opbeurend woord. Eerste druk. Amsterdam, 1982.)

Doddeltje heeft begrip voor de dingen die heer Bommel tot stand brengt (of tot stand dénkt te hebben gebracht). En begrip is iets waar heer Bommel behoefte aan heeft en dat hij van Tom Poes niet krijgt.
      Zodoende is Doddeltje de logische aanvulling op Tom Poes.
      Het is dan ook prettig te merken, dat Tom Poes in de loop der jaren steeds meer gaat inzien, dat er toch meer aan heer Bommel is dan hij al die jaren gedacht heeft en hij laat hem dan ook steeds meer op eigen benen staan; heer Bommel wordt langzaamaan door Tom Poes volwassen verklaard en daarmee wordt de weg vrijgemaakt voor heer Bommels toekomstige huwelijk. In onderstaand citaat gaat Tom Poes probleemloos mee in Kwetals gedachte dat heer Bommel een groot denkraam heeft. Vroeger zou hij slechts een laatdunkend 'hm' ten gehore hebben gebracht.

'En dit flesje moest ik u van Kwetal geven. [...] U weet wel wat u er mee moet doen, zei hij. U hebt zo'n groot denkraam.'
(BV176: Tom Poes en het Bommel-verschiet, p.17. In: Als dat maar goed gaat... Eerste druk. Amsterdam, 1988.)

Ja, eindelijk wordt heer Bommel door Tom Poes volwassen verklaard, zodat hij klaar is voor een huwelijk met Doddeltje.
      Natuurlijk is Doddeltje de enige kandidate: ze is moederlijk zorgzaam (want ook volwassen blijft heer Bommel een moederskindje), ze geeft heer Bommel de troost die hij zo verlangt en houdt hem de spiegel van zijn keuze voor: die waarin hij zichzelf als held kan zien.

'Ollie kan alles,' zei juffrouw Doddel stijf. 'Maar hij kan niet tegen onaardige woorden, want hij is reuze gevoelig.'
(BV168: Heer Bommel maakt volledig, p.67. In: Dat geeft te denken. Eerste druk. Amsterdam, 1986.)

Hier zien we duidelijk wat de aantrekkelijkheid van Doddeltje voor heer Bommel is. Doddeltje merkt zijn gevoeligheid op en neemt hem in warme bescherming. Heer Bommels gevoeligheid is bij uitstek de eigenschap die maakt dat hij het voor iedereen opneemt ('de plicht van een heer'), de eigenschap waarvan Tom Poes vindt dat er alleen maar narigheid van komt (ook al blijft hij een trouwe helper).

Heer Bommel en Doddeltje samen: exit Tom Poes
Het is niet verwonderlijk, dat heer Bommel genoeg krijgt van de kilte in zijn bestaan. Een kilte waarvan hij zich vooral bewust is sinds hij Doddeltje kent, want de kennismaking met haar heeft zijn hele bestaan veranderd. Heer Bommel is verliefd!

'[...] als heer zijnde herkent men een prinses wanneer men er een ziet.'
(BV160: Heer Bommel en de uitvalsels, p.188. In: Ach mallerd. Eerste druk. Amsterdam, 1979.)

Maar hij durft Doddeltje niet ten huwelijk te vragen. Zij heeft dat wel door en probeert hem tot daden aan te zetten. Heer Bommel begrijpt dat echter verkeerd, wellicht omdat hij nog niet aan het huwelijk toe is. Pas veertig verhalen later is hij er klaar voor. Maar het verlangen Doddeltje ten huwelijk te vragen, bestaat al eerder:

'Met een gelukkige glimlach boog hij zich naar zijn buurvrouw over, maar voordat hij had kunnen zeggen wat zijn hart hem ingaf, kwam Tom Poes van achter de toren vandaan.
(BV160: Heer Bommel en de uitvalsels, p.207. In: Ach mallerd. Eerste druk. Amsterdam, 1979.)

Heer Bommel zegt Doddeltje hier bijna wat hij op zijn hart heeft, bijna vertelt hij haar zijn gevoelens voor haar. Maar daarvoor is het nog niet de tijd: er moeten nog zeventien verhalen komen. Vandaar dat Tom Poes heer Bommel stoort; heer Bommel is nog nodig. Op het bijbehorende plaatje zien we Tom Poes zelfverzekerd nonchalant met een strootje in de mond zijn plaats van Doddeltje komen opeisen, maar achteraf is toch wel duidelijk, dat hij binnen afzienbare tijd zijn plaats definitief zal moeten afstaan aan haar.
      Tom Poes schat Doddeltjes rol goed in. Hij gaat wat vaker vroeg naar huis en maakt zodoende alvast een beetje ruimte voor haar (als een verstandige moeder voor de toekomstige bruid van haar zoon):

'[...] en toen werd het verder een heel gezellige avond; vooral omdat Tom Poes vroeg naar huis ging.
(BV169: Heer Bommel en de aamnaak, p.157. In: Ik voel dat heel fijn aan. Eerste druk. Amsterdam, 1988.)

En zo neemt Doddeltje langzaam maar zeker haar plaats in. Als Bommelstein is leeggeroofd, helpt ze heer Bommel herinrichten; voor zichzelf kiest ze een schommelstoel uit. Zo heeft ze haar eigen plekje op Bommelstein, dat is meer dan Tom Poes ooit heeft gehad! Als heer Bommel Doddeltje drie verhalen later ten huwelijk vraagt, is het daarom begrijpelijk dat dit voor Tom Poes allang niet meer als een verrassing komt.
      Maar voor heer Bommel zelf is het allemaal nog niet zo duidelijk:

'Ik heb alles al; een stamslot en een haardvuur en een trouwe bediende en vervelende thee, en toch is het een kale boel. Ik heb alles, en toch ben ik niet gelukkig.'
(BV177: Heer Bommel en het einde van eindeloos, p.98. In: Als dat maar goed gaat... Eerste druk. Amsterdam, 1988.)

'Wat ik nodig heb, is vrouwelijke warmte, [...].'
(p.104)

Het is tot heer Bommel doorgedrongen, dat hij een vrouw in zijn leven mist, en hij zal daar iets aan moeten doen:

'[...] daar woont Doddeltje! Mevrouw Doddel, bedoel ik. Hier zal ik het begrip en de steun vinden, die mijn leven inhoud kunnen geven. Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb!'
(p.110)

Heel discreet, waar de lezertjes niet bij zijn, vraagt heer Bommel Doddeltjes hand. Als ze even later op slot Bommelstein aankomen, vertelt heer Bommel het goede nieuws aan de aanwezigen. Tom Poes' reactie is er een om medelijden mee te krijgen:

'Hm,' zei Tom Poes. Hij begreep dat hij te veel was, en daarom verliet hij onopvallend het vertrek.
(p.183)

Arme Tom Poes, altijd klein gebleven, nooit formaat gekregen: in het begin van de verhalenserie was hij de hoofdpersoon, maar de komst van heer Bommel was nodig om de verhalen écht boeiend te maken, om een échte hoofdpersoon te krijgen! En na 177 verhalen, na zoveel jaar trouwe dienst, wordt hij simpelweg door Doddeltje aan de kant gezet! Het was nu eenmaal Tom Poes of Doddeltje. Tom Poes' tijdperk is voorbij en hij weet het.
      Het siert hem, dat hij na het huwelijk tussen heer Bommel en Doddeltje zonder wrok op het laatste plaatje aan de kim verdwijnt - niet meer als sturende hand van de verteller, maar gewoon als Tom Poes - nieuwe, onbekende avonturen tegemoet; eindelijk weer zijn éigen avonturen!