hoofdstuk 3 - heer Bommel en de hulp van de moeder-hoeder:

 


hoofdstuk 3
heer Bommel en de hulp van de moeder-hoeder

Heer Bommels ouders; Tom Poes als moeder-hoeder

Heer Bommels ouders
Volgens drs. Zielknijper lijdt heer Bommel aan vaderfixatie en dat zou best eens waar kunnen zijn. Het ligt er per slot van rekening vaak dik op, dat heer Bommel zijn 'goede vader' er bijhaalt wanneer hem dat maar uitkomt en dat hij hem uitspraken in de mond legt, die deze waarschijnlijk nooit heeft gedaan. Maar heer Bommel vindt waarschijnlijk dat zijn uitspraken meer zeggingskracht krijgen met de autoriteit van zijn vader erachter.
      Toch was de relatie met zijn vader niet zo probleemloos als we geneigd zijn te denken. Heer Bommel heeft diepe, maar wellicht niet allemaal even mooie herinneringen aan zijn vader:

'Dit is een portret van mijn goede vader,' verklaarde heer Bommel. 'Ik ga hem ophangen, omdat het al deze jaren op zolder heeft gestaan; wegens vele diepe herinneringen.'
(BV168: Heer Bommel maakt volledig, p.64. In: Dat geeft te denken. Eerste druk. Amsterdam, 1986.)

Kon heer Bommel de aanblik van zijn goede vader al die jaren niet verdragen omdat hij het niet kon velen dat zijn vader over zijn schouder meekeek? Was hij een moederskindje? We zullen het nooit weten.
      Heeft hij zijn moeder eigenlijk ooit wel gekend? We horen hem nooit over haar praten. Maar misschien kan dat verklaard worden uit het feit dat er in zijn omgeving personen zijn die die moederrol in zekere zin voortzetten en personen die z hun best doen, kun je natuurlijk niet voor het hoofd stoten; door over zijn moeder te beginnen zou heer Bommel ze afschrikken.

Tom Poes als moeder-hoeder
Allereerst is er natuurlijk Tom Poes die een moederrol vervult, daar hebben we in het vorige hoofdstuk al het een en ander van gezien. Wat Tom Poes voor heer Bommel doet stijgt ver boven gewone vriendschap uit, terwijl hij heer Bommel notabene niet eens een vriend nemt!
      Dat Tom Poes van het mannelijk geslacht is, lijkt zijn moederrol geenszins in de weg te staan, maar eigenlijk is die mannelijkheid aan niets anders te merken dan zijn naam en aan het feit dat hij 'ventje' genoemd wordt. Het is dan ook niet voor niets, dat Donner wijst op Tom Poes' geslachtloosheid. Ik herhaal nog even dat citaat:

'Om zijn teveel op te heffen, moet een mens van zichzelf ontdaan zijn. Tom Poes is geslachtloos, gecastreerd.'
(J.H. Donner, Het menselijk teveel en de paradox van de identiteit. In: Als je begrijpt wat ik bedoel!! Amsterdam 1967.)

Die geslachtloosheid maakt het voor ons eenvoudiger Tom Poes te zien als verzorger in de zin van 'substituut-moeder'.
      We zien regelmatig dat heer Bommel Tom Poes als schild gebruikt, hij verbergt zich achter Tom Poes als een kind achter moeders rokken! Tom Poes heeft in de loop der jaren de praktische kant van het moederschap op zijn schouders gelegd gekregen; zoals we zagen, speelt hij zelfs wel eens voor geweten!
      Geen taak is Tom Poes te zwaar als het erom gaat heer Bommel te beschermen of te behoeden voor misstappen. Hij beschermt heer Bommel zelfs tegen gevaren op momenten dat deze liever alles alleen doet; hij blijft heer Bommels doen en laten dan gewoon van een afstandje volgen, er voor wakend dat hem niets onherstelbaars overkomt. Zoals ouders hun puber blijven bijstaan, ook als deze zich tegen hen afzet. Want als Tom Poes heer Bommel over het een of ander onderhoudt, reageert deze kinderlijk obstinaat:

'Praat maar,' hernam heer Ollie. 'Het kan me niet schelen. Je zult wel weer gelijk hebben.'
(BV103: Heer Bommel en de wilde wagen, p.96. In: En daar houd ik mij aan.... Amsterdam,1975.)

Heer Bommel is in sommige opzichten dus nog heel onvolwassen. (Als hij zich bijvoorbeeld iets in zijn hoofd heeft gezet, moet dat ook direct worden uitgevoerd; hij heeft geen geduld.) Wanneer hij eens een pilletje slikt dat hem maakt zoals hij zou wllen zijn, kunnen we duidelijk zien dat hij zich afzet tegen Tom Poes:

'Naar jou heb ik lang genoeg geluisterd; van nu af aan kan ik mijn eigen boontjes wel doppen.'
(BV131: Heer Bommel en de blijdschapper, p.117. In: Met uw welnemen. Vierde druk. Amsterdam, 1984.)

Heer Bommel maakt zich even los van Tom Poes en toont volwassenheid! Maar het is slechts voor korte duur; het pilletje raakt al snel uitgewerkt en alles is weer bij het oude.
      Als we ons Tom Poes als substituut-moeder voorstellen, begrijpen we makkelijker waarom - als alles weer eens mis gaat - het voor heer Bommel niet zo moeilijk is om de zaken uit handen te geven en over te dragen aan Tom Poes. Zoals een kind de zaken aan zijn ouders overdraagt als het mis gaat.

'G-graag, jonge vriend,' stamelde hij. 'D-dit wordt niets. Ik kan het niet, bedoel ik. Ik deug nergens voor. Wat zou ik zonder jou moeten beginnen?'
(BV119: Heer Bommel en de sloven, p.133. In: Geld speelt geen rol. Vierde druk. Amsterdam, 1970.)

Inderdaad, wat zou heer Bommel zonder Tom Poes moeten beginnen? Maar vaak wenst heer Bommel niet in te zien, dat hij Tom Poes nodig heeft. (Ook dat lijkt me een puberale eigenschap.) En als Tom Poes tenslotte toch alles redt, is heer Bommel wel eens ondankbaar. Maar voor Tom Poes is dat blijkbaar geen reden om er het bijltje bij neer te gooien, hij slikt soms alleen iets weg, zijn eigenwaarde waarschijnlijk: Tom Poes als zelfopofferende moeder.
      Tenslotte is er nog Tom Poes' werkelijk ongelooflijke vergevingsgezindheid. Heer Bommels frustratie tegenover Tom Poes leidt er soms toe dat hij deze zeer onheus behandelt, zoals we gezien hebben in Tom Poes en de split-erwt, waar Tom Poes bijna door heer Bommels toedoen van de aarde werd weggevaagd door een draak. Maar zoals een goede moeder betaamt, vindt Tom Poes altijd wel een reden heer Bommel te vergeven. ('Maar het is niet gebeurd,' sprak Tom Poes troostend.)

Zoveel vergevingsgezindheid zou geen enkele vriend opbrengen. Maar een moeder wel.... Of iemand met tenminste moederlijke gevoelens, al zijn die nog zo pragmatisch. Want zo heeft de sturende hand van de schrijver vorm gekregen, zo zou ik Tom Poes willen kenschetsen: de beschermende, welhaast moederlijke, maar pragmatische en eenvoudige verzorger van een puberale heer van stand: de moeder-hoeder.

Maar er is nog iemand die voor de titel 'substituut-moeder' in aanmerking komt: Doddeltje. In de warmte van het 'moederschap' is zij bij uitstek de aanvulling op Tom Poes.