hoofdstuk 1 - wie zijn heer Bommel en Tom Poes:

 


hoofdstuk 1
wie zijn heer Bommel en Tom Poes

heer Bommel en het avontuur; Tom Poes en het avontuur; Beweegredenen van een heer; Wat voor rol speelt heer Bommels geld

Heer Bommel en het avontuur
Van alle personages uit Rommeldam is heer Bommel vaak de eerste die iets overkomt, de eerste die met een nieuw gevaar te maken krijgt. Na het lezen van het artikel van Pepplinkhuizen en De Vries-Ek hebben we daarvoor een plausibele verklaring: heer Bommel is het 'transitional object', de wegbereider van de verteller. Hetgeen mijns inziens Tom Poes tot sturende hand van de verteller maakt, altijd bezig de wegbereider te behoeden voor een teveel aan gevaar, er altijd voor zorgend dat heer Bommel onbeschadigd terug kan keren naar zijn vaste punt, slot Bommelstein. Maar hoe is dit bínnen het verhaal gerealiseerd?

Alhoewel heer Bommel het avontuur vaak over zichzelf afroept, door zich gewetensvol van zijn taak als heer te kwijten en anderen, die het minder goed hebben dan hijzelf, bij te staan, is het toch ook vaak zijn lót, dat avonturen zich juist aan hem voordoen. Zijn lot, geholpen door zijn lichtgelovigheid. In zijn artikel Ontwikkelingen binnen het Bommeluniversum (Bzzlletin 153, februari 1988) zegt Aart van Zoest hierover:

En Bommel? Het hoort bij zijn naïviteit en bourgondische aard, bij de zwakheden in zijn karakter dat hij met de groten der aarde collaboreert. Er hoeft zich maar weer een of andere nieuwlichter aan te dienen met een of ander slim en maatschappelijk plan, of heer Ollie tuint er in eerste instantie blijmoedig en met een al te groot enthousiasme in.

Bovendien draagt heer Bommels gevoeligheid, zijn 'antenne' voor het bovennatuurlijke ertoe bij, dat hem telkens weer van alles overkomt. Voor de chroniqueur van heer Bommels lotgevallen is deze combinatie van oorzaken natuurlijk heel plezierig.

Als heer is heer Bommel gesteld op comfort, maar daarbij wil hij zijn minder fortuinlijke medemens niet vergeten, hij doet graag 'in stilte goed' (vooral als hij daarmee eer kan inleggen) en dit zorgt voor menige verwikkeling; met zijn wil tot goed doen aan anderen, roept hij vaak het ongeluk over zichzelf af! En hoewel heer Bommel in de loop der jaren een steeds ingezakter en uitgebluster indruk maakt, lobbig voor het haardvuur in vallend boven een boek, laat het avontuur hem niet met rust, het zoekt hem op. Zo zien we dat hij - zij het steeds vaker tegen wil en dank - vrijwel voortdurend merkwaardige avonturen beleeft, avonturen die u en mij niet zullen overkomen. Heer Bommel is altijd het middelpunt van avonturen, dat is zijn grote gave.

Tom Poes en het avontuur
Vaak tegen het advies van Tom Poes in - die vindt dat ze zich niet moeten bemoeien met zaken die ze niets aan gaan - begint heer Bommel aan het bestrijden van een misstand. Uiteraard gebeurt waar Tom Poes al bang voor was: alles loopt uit de hand - want de kracht van een heer is nu eenmaal iets verschrikkelijks en als heer Bommel zijn woede op iets of iemand koelt, zijn de gevolgen over het algemeen buiten proportie! Aan Tom Poes de op het eerste gezicht ondankbare taak de rommel op te ruimen.
      Maar zo ondankbaar is die taak niet. Sterker nog, voor Tom Poes is het eigenlijk bijzonder prettig dat hij aan heer Bommels avonturen mag deelnemen. Per slot van rekening beweert hij regelmatig, dat hij graag avonturen beleeft en aangezien Tom Poes geen heer is en daardoor geen plicht heeft, zoals heer Bommel, raakt hij niet op eigen kracht in allerlei avonturen verzeild. Heer Bommel is dus de aangewezen persoon om Tom Poes' honger naar avontuur te stillen.
      Terwijl hij enerzijds naar heer Bommels avonturen moet hunkeren, probeert Tom Poes anderzijds ze toch te voorkomen. Hij kan niet anders, het is zijn aard: Tom Poes vormt de pragmatische kant van de verteller. Dient door heer Bommels toedoen het avontuur zich aan, dan zegt Tom Poes dingen als:

'Niet doen, heer Ollie! [...] Er kan alleen maar narigheid van komen.'
(BV57: Tom Poes en de pruikenmaker, p.160. In: Heer Bommel komt op. Tweede druk. Amsterdam, 1990.)

Soms besteedt heer Bommel simpelweg geen aandacht aan Tom Poes' waarschuwing:

Maar heer Ollie luisterde niet. Hij had plotseling een idee gekregen en nu zag hij zijn taak als heer duidelijk voor zich.
(BV110: Heer Bommel en de Labberdaan, p.83. In: Een eenvoudige doch voedzame maaltijd. Derde druk. Amsterdam, 1972.)

Maar ook als hij Tom Poes wel aandacht schenkt, maakt dat geen verschil: hij zeg gewoon zijn zin door, want het betweterige in Tom Poes maakt heer Bommel zeer tegendraads.

Deze verstandige woorden deden voor heer Ollie de deur dicht.
(BV156: Heer Bommel en de grijze kunsten, p.15. In: Een enkel opbeurend woord. Eerste druk. Amsterdam, 1980.)

En hij gaat lijnrecht tegen Tom Poes' advies in.
      De slimme Tom Poes zou deze obstinate reactie natuurlijk allang in de gaten moeten hebben en er op moeten inspelen, maar dat doet hij niet. Hij gebruikt zijn listigheid alleen in geval van nood. Dat heer Bommels koppigheid ze met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in het avontuur zal storten, is blijkbaar geen noodgeval. Misschien omdat Tom Poes (namens de verteller) in zijn hart eigenlijk wel nieuwsgierig is: wat zal heer Bommels heren-lot nu weer voor hen in petto hebben? Dus als na Tom Poes' waarschuwing, het avontuur zich door heer Bommels koppige, maar prijzenswaardige plichtsgevoel, toch aandient, berust Tom Poes:

(...) Tom Poes zuchtte. 'Hoe dat gaat aflopen weet ik niet,' dacht hij. 'Maar ik begrijp wel, dat de taak van een heer weer eens moeilijkheden zal geven.'
(BV152: Heer Bommel en de weetmuts, p.19. In: Daar zit iets achter. Eerste druk. Amsterdam, 1980.)

Natuurlijk is dat ook zo. Heer Bommel raakt in moeilijkheden en steevast heeft hij dán pas spijt, dat hij geen acht heeft geslagen op Tom Poes' advies. (De uitspraak dat hij voortaan altijd naar diens raad zal luisteren, waarbij meestal - behalve de lezer - geen getuige aanwezig is, doet heer Bommel nooit gestand.) Vanzelfsprekend zorgt probleemoplosser Tom Poes ervoor, dat alles weer op zijn pootjes terecht komt.
      Aan het einde van het avontuur vindt heer Bommel dan wel eens dat Tom Poes ook een bijdrage heeft geleverd aan de goede afloop ervan en royaal zwaait hij hem (een weinig) lof toe. Maar zoals we weten, heeft Tom Poes (meestal) niet slechts een bijdrage geleverd, hij heeft vrijwel álles gedaan dat tot de totstandkoming van een goede afloop leidde. Het enige dat heer Bommel over het algemeen doet, is het beginnen van het avontuur, daarmee problemen scheppend; Tom Poes lost die problemen op en beëindigd daarmee het avontuur. En tegelijkertijd heeft hij daarmee de voorwaarde geschapen de rééks avonturen te continuëren! Godfried Bomans had dat al opgemerkt:

Schept heer Bommel door zijn heer-zijn het avontuur, Tom Poes prolongeert het.
(Godfried Bomans. Tom Poes in Rommeldam. In: Altijd dezelfde, eerste druk. Amsterdam, 1973.)

Maar Tom Poes voelt zich niet benadeeld door heer Bommels gebrek aan dankbaarheid. 'Ontdaan van alle eigenschappen,' (Jan Hein Donner) reageert hij, als heer Bommel na afloop van het avontuur weer eens alle eer voor zichzelf opeist, slechts met het karige, corrigerende 'hm'. Hij beseft, dat hij brodeloos zou zijn als heer Bommel en diens heren-plicht er niet waren om in de moeilijkheden te raken en dat de werkelijke held dus heer Bommel is. Als heer Bommel niet zou beginnen aan het oplossen van de problemen die hij ziet, zouden ze helemaal niet opgelost wórden!
      In zijn uitleiding van 'Geld speelt geen rol' (Speelt geld geen rol? , Amsterdam, 1970) formuleert J.W. Holsbergen het aldus:

Tom Poes [...] ontleent zijn persoonlijkheid aan zijn vriend. De jonge poes mag de avonturen van B. meemaken en tot een goed einde brengen [...]. Hij bestaat bij de gratie van zijn vriend, hij is diens schaduw.

En zo is het.

Beweegredenen van heer Bommel
We weten nu, dat Tom Poes heer Bommels schaduw vormt, maar wie is eigenlijk heer Bommel? Wat beweegt hem ertoe zichzelf steeds moeilijkheden op de hals te halen, wat zijn zijn drijfveren? Om daar achter te komen, bekijken we heer Bommel eens nader.

Het is bekend, dat het leven van een heer zich ingetogen beweegt bij het knappend haardvuur achter een goed boek. Heer Bommel is dan ook zeer gehecht aan zijn vertrouwde slot Bommelstein - opgetrokken uit natuursteen en eikehout - en aan de trouwe dienstbaarheid van zijn huisknecht Joost. Deze gehechtheid aan zijn omgeving zegt ons, dat heer Bommel niet avontuurlijk is ingesteld.
      Maar het is daardoor zeker niet zo, dat het leven aan hem voorbij gaat: een heer heeft plichten. In Heer Bommel en een Bommelding (BV173, p.72) lezen we, dat heer Bommel al die jaren dat wij hem volgen bezig is geweest met het uitvoeren van een opdracht die hij zichzelf heeft gegeven: de 'Voorschriften voor een heer'. En die voorschriften luiden aldus: het bestrijden van misstanden, helpen van zwakken, bijstaan van weduwen en wezen, beschermen van onschuldigen, nood lenigen aan armen. Heer Bommel is een ridder.
      Dit is heer Bommels levenstaak. En het is tegelijkertijd een van de dingen die hem afzetten van zijn omgeving. Een van de redenen waarom heer Bommel achtervolgd wordt door het avontuur. Een zware taak en volgens heer Bommel is het dan ook maar gelukkig, dat:

'(...) hij soms wel eens door vrienden geholpen wordt. Maar daar is hij dan ook een heer voor.'
(BV85: Heer Bommel en de windhandel, p.81. In: Geld speelt geen rol. Vierde druk. Amsterdam, 1970.)

Ja, heren hebben knechten! En met de niet aflatende hulp van Tom Poes en met heer Bommels eigen onbevangenheid ('men kan nooit weten') slaat hij zich er altijd door heen, zijn eigen weg gaand.
      Dat moet ook wel, een eigen weg gaan, want een heer heeft een moeilijker leven dan menigeen denkt. Niet alleen moet hij regelmatig voor anderen in de bres springen, ook moet hij laten zien, dat hij meer is dan een ander!

'[...] het leven van een heer heeft geen zin wanneer hij niet meer kan tonen, dat hij meer is dan een ander.'
(BV120: Heer Bommel en zijn heldendaden, p.143. In: En daar houd ik mij aan... Eerste druk. Amsterdam, 1975.)

Wat voor rol speelt heer Bommels geld?
In de inleiding zei ik het al, heer Bommels geld verankert hem aan het alledaagse leven - het heet per slot van rekening het áárdse slijk! Het geld helpt heer Bommel te tonen dat hij meer is dan een ander, want pas als iedereen zijn plaats kent, kan hij, als heer van stand, bovenaan staan: geld bepaalt zijn plaats!
      Gelukkig heeft heer Bommels goede vader, een avonturier die rijk is geworden omdat hij een oliebron onder zijn moestuin vond, zijn zoon veel geld nagelaten en geld is het middel bij uitstek om heer Bommels omgeving van zijn belangrijkheid te overtuigen. (Het is vaak zelfs de enige reden dat hij geduld wordt!) De hoge positie die heer Bommel dan zij zijn geld heeft - hij heeft door zijn lidmaatschap van de Kleine Club, een club van notabelen, gemakkelijk toegang tot allerlei hooggeplaatste personen, zoals bijvoorbeeld de burgemeester - is weer belangrijk om zijn taak als heer beter te kunnen vervullen en wanneer nodig de leiding op zich te nemen. En zo is de avonturencirkel rond, want overal waar geholpen moet worden, is het natuurlijk heer Bommels taak als heer de leiding op zich te nemen en het onrecht te bestrijden, en dat doet hij met overtuiging. Daarmee vestigt hij echter wel de aandacht op zich, waardoor hij altijd de schuld krijgt wanneer er iets mis gaat, zelfs als het zijn schuld helemaal niet is! En daar er in zijn omgeving nogal eens iets mis gaat - want bij hem hebben kleine ongelukjes grote gevolgen - zit heer Bommel regelmatig in de moeilijkheden. Heer Bommels geld stelt hem dus in staat zijn taak als heer op zich te nemen en zijn taak als heer zorgt voor avontuur. Daarom is geld zo belangrijk. Volgens J.W. Holsbergen, is het het geld dat heer Bommel maakt tot wat hij is:

[...] Het geld dat heer Ollie's verhouding tot de anderen, tot de stadgenoten bepaald, en omgekeerd de verhouding van de anderen tot hem. [...] Geld speelt een hoofdrol, het bepaalt hem in grote lijnen.
(J.W. Holsbergen. Uitleiding, Speelt geld geen rol? In: Geld speelt geen rol. Amsterdam, 1970.)

Ja, geld zorgt ervoor dat heer Bommel iemand ís. Door goed te doen en geld daarbij geen rol te laten spelen - en door zichzelf belangrijk te vinden - probeert hij zijn bestaan te rechtvaardigen. Hij draagt zijn gedachtengoed graag uit (alhoewel er eigenlijk niet zo gek veel uit de dragen lijkt) en koopt graag kunst om daarmee in aanzien te komen bij de notabelen in zijn omgeving.
      Maar wat voor kunst? Het liefst ziet hij zichzelf geportretteerd! Slot Bommelstein is gevuld met borstbeelden, schilderijen en ornamenten waarop heer Bommel staat afgebeeld. In Heer Bommel en de wezelkennis drukt Edelhart van Wezel het treffend uit:

'De bewoner van dit slot tracht zich te handhaven met allerlei kopieën van zichzelf.'
(BV95: Heer Bommel en de wezelkennis, p.136. In: Verzin toch eens een list. Eerste druk. Amsterdam, 1973.)

En zo is het. Heer Bommel is niet erg zelfverzekerd, al lijkt dat wel eens ander. Hij moet zichzelf voortdurend bevestigen en zijn geld helpt hem daarbij.

'Met geld is immers alles te koop?'
(BV129: Heer Bommel en de onbetaalbare reis, p.98. In: Hoe vreselijk is dit alles. Eerste druk. Amsterdam, 1977.)

Wanneer hij het zijn plicht voelt iemand in nood bij te staan, is heer Bommel werkelijk een heer en laat zijn geld royaal een rol spelen, want ook goed doen is volgens heer Bommel met geld te koop. Je financiert gewoon een project waarvan je denkt dat het de wereld zal verbeteren:

'Maar dat is nu toch keurig,' riep heer Ollie uit. 'En zo prettig om te merken, dat men in stilte goed kan doen zonder dat men er achteraan hoeft te zitten.'
(BV155: Heer Bommel en de zonnige kijk, p.106. In: Had ik maar beter geluisterd. Eerste druk. Amsterdam 1980.)

Zo zien we dat het geld het heer Bommel niet alleen mogelijk maakt een heer te zijn, maar dat het hem ook gemakzuchtig maakt. En erger, het maakt hem soms oneerlijk. Als het enigszins mogelijk is, koopt heer Bommel rechtsvervolging gewoon af. Zo zien we hem hier de, anders toch zo onkreukbare, ambtenaar eerste klasse Dorknoper omkopen:

'Prettig dat ik u net tref,' riep hij hartelijk uit. 'Door een ongelukje heb ik u op het asfalt laten zitten, weet u nog wel? Dat wilde ik even recht zetten. In der minne regelen, bedoel ik. Wat denkt u van een vakantie in het zonnige zuiden, als u begrijpt wat ik bedoel? Kijk, als u nu uw klacht intrekt...'
Hij tastte in zijn binnenzak, en terwijl zijn stem wegstierf trok hij zijn portefeuille tevoorschijn.
(BV146: Heer Bommel en de doorluchtigheid, p.204. In: Héél stilletjes. Eerste druk. Amsterdam, 1979.)

Ook andere schade denkt heer Bommel vaak met geld te kunnen afdoen, hetgeen een typisch kenmerk is van de nouveau riche.
      Maar wellicht is het juist het feit dat heer Bommel zo zijn tekortkomingen en ondeugden heeft, wel een van de redenen dat hij zo geliefd is bij de lezers.